| Geschiedenis Orthomanuele Geneeskunde |
|
|
|
|
Het ontstaan van Orthomanuele geneeskunde tot nuVer voor onze jaartelling werden al manuele technieken toegepast. In geschriften van Hippokrates, Galenus, en andere beroemde artsen komt men ze tegen. Toch waren het vooral niet-artsen, de zogenoemde ledenzetters of bonesetters, die zich hiermee bezighielden. De operatieve benadering was het domein van de artsen. Eind 18e en begin 19e eeuw kwamen in de Verenigde Staten de osteopathie en chiropractie tot bloei. Met de komst van Amerikanen naar Europa tijdens en na de Tweede Wereldoorlog groeide ook hier de belangstelling voor manuele technieken. Dat leidde in de jaren 1960-1970 tot de ontwikkeling van een aantal nieuwe stromingen, naast de al bestaande chiropractie, osteopathie. In Eindhoven werd in 1967 de eerste opleiding in de manuele geneeskunde opgericht met de hulp van Dr. Ir. F.J. Philips (overleden 2006). Hij had in het buitenland persoonlijk goede ervaringen opgedaan en wilde de methode in Nederland introduceren. Deze opleiding werd later gesplitst in een opleiding voor artsen die in Eindhoven bleef (manuele geneeskunde), en een opleiding voor fysiotherapeuten die naar Amersfoort ging (manuele therapie). De kern van de manuele geneeskunde en therapie draait om de term functiestoornis: een gewricht beweegt niet meer zoals dat hoort te bewegen. Manuele therapie systeem Utrecht werd ontwikkeld door Van der Bijl Sr. (1909-1977). Hij had de titel DO (Doctor of Osteopathy) in Frankrijk gehaald, maar zocht zijn eigen weg. Hij legde een relatie tussen de individuele bouw van het menselijke lichaam en de individuele bewegingen. Daarbij was de kennis van de biomechanica van het gewricht: hoe bewegen de botten ten opzichte van elkaar, van groot belang. Eén van zijn leerlingen, Marsman (1918-1992), ontwikkelde een variant met als basis massamechanica (verplaatsingen van lichamen in de ruimte) en voorkeursbewegingen van een individu. Een leerling van Marsman, Rutte (1953), gaf hieraan een nieuwe wending. Er werd een kader ontworpen waarbinnen verbindingen gemaakt werden naar diverse manuele stromingen. Een andere leerling van Van der Bijl was Sickesz (1923). Zij ontwikkelde de orthomanuele geneeskunde met als kerngedachte dat het houding- en bewegingsapparaat in aanleg symmetrisch is. Bij een afwijking wordt gesproken van een stand- of positiestoornis. Onderzoek en behandeling zijn erop gericht de symmetrie weer zo goed mogelijk te herstellen. De opleiding in de orthomanuele geneeskunde staat alleen open voor artsen. In 2006 fuseerden de artsen verenigingen en opleidingen voor manuele geneeskunde en orthomanuele geneeskunde. Sindsdien hanteerden ze nog maar één naam: (artsen voor) OrthoManuele Geneeskunde. Inmiddels zijn ongeveer 160 artsen voor OrthoManuele Geneeskunde in Nederland geregistreerd. Meer weten over de achtergrond?
|



