De wervelkolom bestaat uit 24 wervels, daar tussen zitten de tussenwervelschijven. Deze worden bijeengehouden door banden en spieren. Door een zwakke plek of een scheurtje in de tussenwervelschijf kan een uitstulping ontstaan: dit noemen we een hernia. Meestal zit de hernia onder in de rug. Daar kan hij op een zenuwbaan drukken en deze prikkelen of irriteren. De zenuwbaan is een aftakking van het ruggenmerg en wordt wortel genoemd.
Symptomen
Een hernia kan uitstralende, scherpe pijn geven vanuit de rug in bil en been. Deze kan doorlopen tot in het onderbeen, soms tot in de voet. Vaak is er ook lage rugpijn. Bepaalde houdingen of bewegingen, hoesten, niezen of persen kunnen de uitstralende pijn oproepen of versterken. Er kan ook een gevoel van doofheid of tinteling in het been optreden. Soms is er sprake van krachtverlies in het been, het bedienen van de pedalen in de auto kan moeilijk zijn of de coördinatie van het been met lopen is gestoord. In erge gevallen kan het plassen gestoord raken.
Diagnose
Een hernia kan acuut ontstaan door een ongeval of een plotse overbelasting. Meestal is hernia het eindresultaat van een geleidelijk verslechterende tussenwervelschijf.
Op grond van de symptomen en een lichamelijk onderzoek kan meestal worden vastgesteld of de zenuwwortel in de lage rug wordt geprikkeld. Om een hernia aan te tonen is een MRI scan nodig. Toch is er niet altijd een verband tussen de afwijkingen op de MRI en de symptomen. In Nederland is het beleid bij huisartsen en specialisten om alleen een scan te maken als een operatie wordt overwogen.
Herniaklachten nemen in veel gevallen vanzelf geleidelijk af. Na enkele weken kan de patiënt weer redelijk actief zijn. Toch houden veel mensen restklachten: pijn of een doof gevoel in het been, een subtiele coördinatiestoornis of rugpijn. Soms blijft de patiënt veel pijn voelen en houdt het krachtverlies aan. Als klachten snel verergeren, er een doof gevoel in de liezen en rond de anus ontstaat of de controle over plassen wordt verloren is er reden voor specialistisch onderzoek.
Behandeling
In de meeste gevallen kan een herniapatiënt het af zonder operatie. Een arts OrthoManuele geneeskunde stelt de diagnose, bepaalt welke behandeling het beste is en of een consult bij de neuroloog nodig is. Ook kan hij medicijnen voorschrijven of een injectie in de rug geven als er een ontsteking bij de wortel is ter plaatse van de hernia. Vervolgens corrigeert de arts de stand en functie van wervelkolom en bekken door manipulatie. Tot slot bepaalt hij wat de juiste oefeningen zijn om de rugfunctie te hertellen.
Door ervoor te zorgen dat het niet aangedane deel van de wervelkolom zo goed mogelijk functioneert en recht staat, wordt het gebied rond de hernia bij bewegen ontzien. Dit geeft vermindering van de klachten en bevordert het (spontane) herstel.
